Main menu:
Visie
In overeenstemming met onze schoolvisie, engageren wij ons ertoe onze leerlingen actief te begeleiden en hen te vormen in functie van hun verdere ontwikkeling. Als leer- en leefomgeving wil de school op de eerste plaats een positieve, constructieve oefenplaats zijn en willen wij zowel kennis, sociaal gedrag als attitude bij de leerling doen ontwikkelen.
Als basisvoorwaarde bij de implementatie van de vakoverschrijdende eindtermen willen wij oog hebben voor de realiteit, zonder die te verbloemen : het gaat om de concrete leerling die nog volop zoekt. Vanuit onze schoolvisie willen we als team steeds optimaal kansen aanbieden.
De vakoverschrijdende eindtermen situeren zich niet enkel op het niveau van de lespraktijk. Omdat we wensen dat onze leerlingen zich op onze school goed voelen, besteden we ook extra aandacht aan onthaaldagen en aan de bosklas, aan pedagogische uitstappen en aan projecten als “groene school”. Bovendien bieden we leerlingen inhaallessen aan en wordt werk gemaakt van remediërende studie.
De concrete integratie van de ontwikkelingsdoelen vindt plaats op drie niveaus’ : in vakoverschrijdende projecten, in de concrete lespraktijk en in de samenwerking tussen school en internaat.
Het ligt niet in de beoordeling aan de vakoverschrijdende eindtermen een soort van “vakstatus toe te kennen. Zoniet benadert men het “probleem” zoals men doet met de andere problemen die vanuit de maatschappij naar de school worden doorgeschoven. Het probleem wordt “ingekapseld” in een werkgroep of naar één persoon door. Er wordt hard gewerkt en dan maar hopen dat alles de school en haar participanten ten goede komt.
De centrale vraag bij de implementatie: “Heeft de leerling er baat bij en op welke manier”. Het doel van de implementatie is kwaliteitsbevordering, het leren vakoverschrijdend denken en werken. Vakoverschrijdend werken en samenwerken kan een belangrijke meerwaarde bieden aan de vorming die de leerlingen ontvangen.
Wanneer de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen enkel beschouwd worden als een zoveelste nieuwe opdracht voor de school bestaat de kans dat de implementatie herleid wordt tot een louter dwangmatige invulling van een opdracht van een werkgever. Het risico is dan groot dat zowel leerkrachten als leerlingen zich opgezadeld voelen met de zoveelste taakbelasting. Wanneer de school als lerende organisatie voortdurend werk wil maken van creativiteit en ondernemingszin, dan zal ze gaandeweg steeds meer de leerlingen bij het leerproces leren betrekken en leerlinggericht onderwijsactiviteiten sturen en bijsturen.
De implementatie heeft bijgevolg een aantal belangrijke nevendoelen :
Leren, leren en sociale vaardigheden
Onze school schenkt vooral aandacht aan leren, leren en sociale vaardigheden, niet omdat het in de vakoverschrijdende eindtermen staat maar omdat we overtuigd zijn dat deze vaardigheden een geïntegreerd deel aan het worden zijn van goed secundair onderwijs. Wie in de toekomst “onderwijs” zegt, zegt meteen : leren, leren en sociale vaardigheden.
Wij denken dat leren, leren en sociale vaardigheden impliciet aanwezig is in alle menselijk handelen en dus ook in alle schoolse activiteiten. Deze vaardigheden zijn dus onontbeerlijk om met goed gevolg zich in de school en de maatschappij te handhaven.
De occasionele aanpak ter gelegenheid van een vastgesteld tekort moet natuurlijk blijven gebeuren. Maar het blijft uiteindelijk werken aan symptomen. Remediëring komt nu eenmaal pas op gang na een diagnose van onevenwicht in het leren of de sociale omgang en komt bijgevolg te laat.
Preventief optreden, kan niet door een partiële aanpak omdat er teveel “gaten” overblijven in het parcours waarover de leerlingen kunnen struikelen. Het kan evenmin door een gescheiden aanpak waarbij iedere leraar zijn eigen systeem hanteert en dat toepast naar eigen inzicht en vermogen. Dit overwaarderen van ieders eigenheid heeft tot gevolg dat de leerlingen teveel verschillende en soms contrasterende boodschappen te verwerken krijgen. Dit is nu precies wat minder abstract aangelegde leerlingen niet aankunnen.
Leren, leren en sociale vaardigheden zijn iets anders dan “oplapwerk” en kan alleen plaatsvinden als ze geïntegreerd worden in het hele schoolleven. Dit houdt in dat het een opdracht wordt voor heel het schoolteam.
Opvoeden tot burgerzin
Burgerzin is open staan voor het politieke, economische, sociale en culturele leven van de samenleving waarvan men deel uitmaakt en bereid zijn om eraan deel te nemen.
Opvoeden tot burgerzin heeft tot doel de jongeren te vormen tot kritische burgers, die bereid zijn en bekwaam zijn tot constructief denken en handelen in de democratische rechtsstaat, zoals die functioneert binnen de internationale gemeenschap. De school als maatschappelijke instelling moet hiertoe de kansen creëren. Opvoeden tot burgerzin heeft de bedoeling de jongere te vormen tot een democratisch denkende, voelende en handelende persoon. Dit omvat het opleiden van de jongeren tot zelfstandigheid en mondigheid, het bevorderen van de betrokkenheid van elke jongere bij het sociale gebeuren en het vormen van de jongeren tot openheid voor en vaardigheid in waardenanalyse en waardenverheldering.
Milieueducatie
Milieueducatie is bedoeld om het milieubewustzijn te verhogen en levert hierdoor een fundamentele bijdrage tot duurzame ontwikkeling. Dit houdt een degelijke kennis in van de relaties tussen mens en milieu. Als attitudevorming streeft milieueducatie een meer bewust ecologisch handelen na door een kritische houding te ontwikkelen ten aanzien van het eigen gedrag en dat van de medemens om een duurzaam milieu te behouden of te realiseren.
Gezondheidseducatie
Gezondheid wordt beïnvloed door zowel omgevingsfactoren als door de persoonlijke leefstijl. De school is één van de belangrijke participanten in de maatschappij. Opvoeden tot gezondheid is een educatieve opdracht die door sociaal-maatschappelijke, wetgevende, economische interventies moet ondersteund worden. Drie niveaus hebben invloed op de gezondheid : het klasniveau, het niveau van het schoolbeleid en het niveau van de lokale gemeenschap. Het concept “gezonde school” beoogt de wisselwerking tussen deze drie niveaus.
De belangrijkste gezondheidsproblemen zijn een tweede invalshoek voor een zinvolle invulling van gezondheidseducatie.
Intentieverklaring
Als het team er toekomt intern op regelmatige tijdstippen ervaringen uit te wisselen en elkaar te helpen wordt dit team zelf een lerende organisatie en daar wordt alleen iedereen beter van. Innoveren betekent ook verbreken van evenwichten. Deze verstoring brengt onzekerheden en onduidelijkheden met zich. De school moet deze verstoring niet trachten te vermijden maar trachten te beheersen. Innoveren houdt immers in dat men zich losmaakt uit vastliggende patronen en zich flexibel opstelt.
intentieverklaring impliceert dan ook dat :
Actieplan :
Al het goede dat gebeurt, blijft best gebeuren. We maken een inventaris van al wat gebeurt en behouden alle waardevolle initiatieven.
Iedere vakvergadering werkt concrete voorstellen uit.
Afspraken voor een bepaald jaar worden aan alle personeelsleden van de school door
De klassenraad krijgt een centrale functie in de concrete uitwerking van bv ideeën verzamelen, info en ervaringen doorspelen, minder goed functionerende punten onder de aandacht brengen, evaluatiemomenten inbouwen.
We kunnen de visie beschouwen als een intentieverklaring waarin we duidelijk maken op welke manier we wensen te werken aan vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen.