Schoolbeleidsplan KW IBIS


Go to content

Main menu:


Probleemgedrag

Leerlingen begeleiding



Voor het voltallig team van leerkrachten en opvoeders blijft het een dagdagelijkse uitdaging om onze jongens, vaak gekwetst door negatieve levenservaringen, op te vangen, bij te staan en te begeleiden. Het is belangrijk dat we daarbij onze aandacht zo evenwichtig mogelijk spreiden over alle jongens. Veel energie en tijd wordt gegeven aan de extroverte jongens die (soms zwaar) probleemgedrag vertonen (circa 1/5 van de schoolbevolking), maar ook de gekwetste introverte kinderen verdienen ten volle onze aandacht. Vandaar het grote belang dat we stellen in dossierkennis, communicatie, overleg en opvolging.

Inzake dat probleemgedrag is het duidelijk dat we hier niet enkel meer te maken hebben met een aantal deugnieten die “wat kort gehouden moeten worden” om tot inkeer te komen maar dat we in vele gevallen moeten spreken van “gekwetste kinderen” die veel aandacht vergen en verdienen.

Gedragsproblemen zijn de resultante van een complex samenspel van persoonlijke en omgevingsfactoren. Belangrijk voor onze jongens is dat ze niet in een homogene groep met probleemgedrag zitten maar in een groep met een heterogeen gedragspatroon leren leven en dat ze omwille van hun gedrags- of emotionele problemen toch binnen een gewone school kunnen opgevangen worden.

Probleemgedrag is vaak te herkennen aan storende gedragingen zoals het overtreden van regels, verbale en fysieke agressie t.o.v. medeleerlingen en personeel, pesten, stelen, hysterische buien, woedeaanvallen, de “boel op stelten zetten”, …. Dit gedrag heeft vaak te maken met de emotionele gesteldheid van de jongen, het complex spanningsbeladen relatienetwerk waarin hij leeft, de nawerking van traumatische ervaringen uit de eigen levensgeschiedenis, het gebrek aan structuur in het gezin, enz. De dossiers kandidaten-leerling brengen soms erg schrijnende toestanden naar voor. Gebrek aan affectie, aandacht, begeleiding, steun, veiligheid, … resulteert in een gebrek aan eigenwaarde en maakt kinderen impulsiever, sneller beïnvloedbaar, …


Naast het vaststellen en omschrijven van de problematiek zien we het als onze taak om jongens met problemen niet opnieuw te “verstoten” en omwille van hun negatief gedrag de deur te wijzen, maar hen zo goed mogelijk te helpen, begrip te hebben voor hun gedrag (wat niet betekent dat het gedrag goedgekeurd wordt). Ze blijven onze zorg ook als het al eens misloopt.

Hoe complex of problematisch hun gedrag ook is, dienen we de ons toevertrouwde jongens zo goed mogelijk op te vangen, te begeleiden en te onderwijzen om alle kansen op een toekomst open te houden.

Het enige “breekpunt” dat we hanteren, is wanneer de jongens het “IBIS-systeem” niet meer aanvaarden. D.w.z. wanneer geen enkele medewerking meer mogelijk is, wanneer duidelijke afspraken en richtlijnen niet meer aanvaard of nageleefd worden.

In de voorbije jaren is dit slechts in een paar uitzonderlijke gevallen gebeurd. Dit houdt in dat de tolerantiegrens heel hoog gelegd wordt. Leerkrachten en opvoeders moeten ontzettend veel geduld, professionaliteit en stressbestendigheid aan de dag leggen om hun taak naar behoren te vervullen en de “moeilijke” jongens telkens opnieuw hun kans geven ondanks hun soms onaanvaardbaar gedrag. Het kind krijgen waar je het wil, zonder agressie, zonder dat er een “breuk” ontstaat, vergt heel veel energie en incasseringsvermogen en betekent soms dat men van het traditionele concept (winnaar en verliezer, buigen of barsten) moet afwijken. De druk is soms zeer groot om de handdoek in de ring te gooien.
De positieve signalen vanuit de sociale sector (Sociaal Psychiatrische Dienst, Jeugdrechtbank, Thuisbegeleidingsdienst, …) die de opvang en manier van werken in IBIS waarderen, uiterst zinvol vinden en zelfs aanraden, geven een stimulans aan onze manier van werken.

“Door de omgang met en de vorming van jongeren, waarvan de meesten geconfronteerd worden met negatieve levenservaringen, vervult het Koninklijk Werk IBIS een uitgesproken maatschappelijke functie waarbij de gezinsvervangende taak, de individuele aanpak van de leerlingen, de aandacht voor de persoonlijke problemen, de waardenvorming en het aanbieden van onderricht met het oog op vervolgonderwijs en/of tewerkstelling centraal staan. Dit maatschappelijk engagement is gebaseerd op een maritieme traditie en aangepast aan een hedendaagse context”. (Besluit Doorlichting Secundair Onderwijs).

Het vergt een intense, individuele aanpak van de leerling door het voltallig opvoedend personeel om tot een succesvol resultaat te komen. Zo geëngageerd en professioneel mogelijk verder werken, trouw aan de wens van onze stichter Koning Albert I : “De jongens moeten er gelukkig zijn en al het mogelijke wordt gedaan om hen te omringen met alle zorgen en toewijding die ze ook thuis zouden krijgen”.



Bemiddelen met jongeren in het kader van maatschappelijke kwetsbaarheid

We worden regelmatig geconfronteerd met jongeren die in een conflictsituatie zitten (met thuis, op school, of met vrienden). De praktijk heeft al meermaals uitgewezen dat praten helpt. Openstaan en de dingen bespreekbaar maken, is nodig om de leerlingen het signaal te geven dat ze er niet alleen voor staan. Als school kunnen wij een belangrijke rol spelen in het aanvaarden en begeleiden van jongeren die maatkwetsbaar zijn.

Bemiddelen en praten met de jongeren is een belangrijk aanbod dat we als sociale instelling niet kunnen weigeren omdat het nodig is positieve signalen naar de jongeren toe te sturen. Maatschappelijk kwetsbare kinderen en hun gezinnen hebben reeds negatieve ervaringen met openbare instellingen gehad. Het is ons doel aan te tonen dat er zeker een bereidwilligheid is om met hen een gesprek aan te gaan en hen niet af te wijzen. De school is een instantie die de negatieve spiraal waar sommigen in zitten, kan doorbreken.

De school is de plek bij uitstek waar sociale bindingen tot stand komen. Jongeren gaan naar school en hechten zich aan de mensen die dagelijks voor hen zorgen (opvoeders, leerkrachten, …). Er ontstaat een band en omwille van deze band zetten ze zich in en aanvaarden ze de waarden en normen die er heersen. In ruil krijgen jongeren waardering, respect en prestige. Op school ontstaan dus een aantal bindingen die jongeren als het ware aanzetten tot conform gedrag. Wij kunnen ervoor zorgen dat de sociale binding met ons als maatschappelijke instelling positief verloopt zodat de jongeren en eventueel hun gezin vertrouwen krijgen in de maatschappij. Het is belangrijk dat zij zich aanvaard voelen en positief tegenover het leven staan. De jongens bij wie zich op deze wijze een positieve band met de school ontwikkelt, staan veel sterker in hun contacten met de volgende maatschappelijke instellingen.

Uiteindelijk betrachten wij dit voor al onze jongens, maar de realiteit wijst uit dat we niet altijd slagen in onze bedoelingen.

Het is dan ook één van de grote uitdagingen voor de sociale dienst om de jongens te blijven stimuleren, motiveren en ondersteunen in het opgroeiproces dat zij doorlopen. De jongens worden vanuit de instelling ondersteund op pedagogisch, educatief, sociaal en medisch gebied en het is aan de sociale dienst om hier een coördinerende rol in te spelen. Vanuit de centrale positionering hebben wij immers het meest brede en genuanceerde beeld van het kind.



Copyright KW IBIS Bredene - Mush Productions | kw.ibis@telenet.be

Back to content | Back to main menu