Main menu:
Leerlingen begeleiding
Situering
Wanneer een school leerlingvriendelijk wil zijn, zal ze er zorg moeten voor dragen dat problemen met leerkrachten/opvoeders adequaat opgelost worden. Belangrijk voor het imago van de school. De school kan veel problemen voorkomen door een goede procedure van klachtenbehandeling. Directeur, coördinator en sociale dienst zijn niet rechtstreeks verantwoordelijk voor de situaties en de problemen die ontstaan zijn. Maar aan hen worden vragen gesteld. Ze kunnen daarbij in een “knelpositie” terecht Vertrouwelijkheid van informatie, collegialiteit, het belang van de school, de eigen gevoelens die meespelen, veroorzaken een scala van keuzemogelijkheden die vaak te maken hebben met ethische aspecten.
Er dient ook voorkomen te worden dat bovengenoemden een klachtenbureau worden.
Directie, coördinator, sociale dienst worden geconfronteerd met leerlingen, ouders die een beroep op hen doen wanneer er ongenoegen is over het functioneren van een bepaalde leerkracht/opvoeder/klas/leefgroep.
Wanneer er een klacht ingediend wordt over het functioneren van een leerkracht/opvoeder kunnen bepaalde routes gevolgd worden. Welke route men kiest, is afhankelijk van :
Indeling
| - | Categorie 1 (geel) : melding van iets waar ouder/leerling zich niet goed bij voelt. Bv. Een paar keer melden dat kledingsstuk niet in orde is. |
| - | Categorie 2 (oranje) : zie orde- en tuchtmaatregelen in het schoolreglement. Bv. Er is iets waardevols verdwenen/ … / gestolen. Bv. Gepest door medeleerlingen. Procedure : 1. Ouder/leerling komt met verontruste vraag. 2. Directeur wordt op de hoogte gebracht. 3. Verantwoordelijke doet onderzoek. 4. Opvolging. |
| - | Categorie 3 (rood) : fysische aanpak. Voelt zich gezocht door leerkracht/opvoeder. Het betreft hier een “ernstig” feit begaan door een personeelslid in de ogen van de leerling (fysisch geweld, onrechtvaardig behandeld voelen, bang zijn voor …, aanpak die niet strookt met normale werking, …). |
Mogelijke situatie
| Leerling spreekt er over : | |
| - | Bij vertrouwenspersoon op school (andere leerkracht/opvoeder, hoofdopvoeder, CLB-psychologe, soc. assistente, …). Procedure : 1. Vertrouwenspersoon neemt contact op met directeur. 2. Directeur spreekt met betrokken leerling. 3. Directeur spreek met betrokken personeelslid. 4. Eventueel worden beide personen samen bij directeur geroepen. 5. Indien nodig maakt personeelslid gedetailleerd geschreven verslag. 6. De ouders worden ingelicht voor dat het kind de ouders inlicht. 7. De ouders worden eventueel uitgenodigd voor gesprek. 8. De ouders krijgen verslag van het gebeuren te lezen. |
| - | Thuis : reactie van de ouders. Procedure : 1. Ouders komen met verontruste vraag. 2. Directeur wordt op de hoogte gebracht. 3. Sociaal assistente of hoofdopvoeder doet onderzoek. 4. Schriftelijk verslag van leerkracht/opvoeder. 5. Gesprek leerling. 6. Ouders worden op de hoogte gebracht. 7. Opvolging. |
Belangrijk :
Directeur is spilfiguur - coördineert - verdeelt de taken - zorgt dat opvolging correct gebeurt door alle actoren.